Taalinstinct

test

When in Rome, do as the Romans...????

    Als ik na een uur gehobbel in de shuttlebus van vliegveld Roma Ciampino naar het centrum eindelijk uitstap bij het station, heb ik geen zin meer in de drukke metro en sleep mijn koffer naar de taxistandplaats iets verderop in Via Marsala. Alle chauffeurs staan met elkaar te praten en lijken koortsachtig te onderhandelen over iets, alsof het om een vakbondsvergadering gaat. Ze zien er stuk voor stuk bijzonder slecht gekleed uit. Nog niet zo lang geleden laaide er in Londen een discussie op over de kleding van de Engelse taxichauffeurs. Ze zouden geen corduroybroeken meer mogen dragen, omdat deze op termijn slijtplekken gaan vertonen en er dan shabby uit zouden zien. En van een taxichauffeur mag verwacht worden dat hij er representatief uit ziet.

 

Hier in Rome kun je niet eens verwachten dat je zélf zonder kleerscheuren de eindbestemming haalt, laat staan dat je een chauffeur treft in schone of tenminste toonbare kleding.

 

“Taxi?”, schreeuwt de allerslechtst geklede chauffeur van het stel in mijn oor en grijpt mijn koffer al beet en loopt naar een taxi die haaks op de weg geparkeerd staat en daarmee de halve Via Marsala blokkeert. Hij zwaait ‘er valigia’ in de achterbak, laat zich achter het stuur vallen en in mijn verbeelding zie ik een wolk stof, bacterieën en vuil omhoog stuiven.

 

“Waarheen?”

 

-         “Via Coppi.”

 

“Weet u waar dat is?”

 

-         “Ja, ik woon er. Richting de Via Appia Nuova…” Het schiet hem al te binnen.

 

“Ok, dus dan gaan we richting de Sint Jan van Lateranen en dan daar bij het ziekenhuis linksaf.”

 

-         “Prima hoor.”

 

“Niet over de Appia Nuova, want daar staat het helemaal vast op dit uur.”

 

-         “Goed idee.”

 

“Dus ik stel voor om langs de Sint Jan te gaan, weet u wel, en dan richting Piazza Zama.”

 

-         “Ja precies, dat zei u.”

 

“Want op de Appia Nuova is het nu file hoor!”

 

-         “Mm.”

 

“Op de Appia Nuova staat het altijd helemaal vol op dit uur.”

 

-         “Ja dat weet ik!”

 

“Dus daar gaan we maar niet langs…”

 

-         “Nee.” (NEEEHEEEEEEEE!!!!!!)

 

 

We rijden langs metrohalte Manzoni, die nu al ruim een jaar is gesloten wegens werkzaamheden.

 

“Jemig, al dat werk aan de metro…Dat duurt al zo lang! Echt irritant hoor! Ze gaan een derde metrolijn aanleggen, wist u dat? Maar dat kan nog wel jaren gaan duren. Zo gaan die dingen nou eenmaal in Italië….”

 

Ik heb werkelijk geen zin in een onzingesprek, maar dat schijnt hem niet opgevallen te zijn.

 

“Weet u dat er gisteren iemand voor de metro is gesprongen?”

 

-         “Hè bah, wat vreselijk…”

 

“Ja op dit uur lag alles plat gisteren, geen taxi meer te krijgen….Voor de metro springen, kon hij niets beters verzinnen? Er is nog lef voor nodig ook!”

 

Ik ben niet in de stemming om in te gaan op de gedachtenkronkels van deze zelfmoordenaar, maar de chauffeur gaat onverstoorbaar door.

 

“De metro is wreed hoor! Stel dat je verkeerd springt….dan kom je er bekaaid vanaf! Maar goed, de kans dát je verkeerd terecht komt is natuurlijk wel erg klein.” Hij filosofeert verder met één hand gebarend in de lucht en met de andere sturend, toeterend en rokend. “Kijk, een auto breekt al je botten…., maar heb je énig idee wat de klap van een metro veroorzaakt?”

 

Ik kan het me helemaal voorstellen, maar wil dat niet.

 

“Gatver, echt waar, er blijft helemaal niets van je over. Niets herkenbaars in ieder geval. Dat moet er echt goor uitzien. Alsof je explodeert. SPLESJ!!!”

 

Als om zijn verhaal kracht bij te zetten, toetert hij tegelijkertijd naar een passant.

 

Kickt hij op zijn eigen verhaal? Hij vraagt zich helemaal niet af of zijn gezwam zijn klant zou kunnen kwetsen. Stel dat ik nou iemand verloren heb aan een noodlottig ongeval? Maar ook nu dat niet het geval is, is zijn verhaal vrij ongepast.

 

“Stel je voor dat je bij de politie werkt en je wordt op zoiets afgestuurd.” Hij is nog niet klaar met zijn film. “Je komt daar aan, ziet daar al die afgerukte lichaamsdelen verspreid over de rails en aan de metro vastgeplakt, niets menselijks meer….” Er scheurt een gillende ambulance voorbij en ik wordt nu echt bijna misselijk.

 

 

Voor ons wordt een andere taxi strak afgesneden door een brutale SMART.

 

“Als ik die voor mijn wielen kreeg, dan reed ik dwars over hem heen,” mompelt mijn chauffeur twee keer achter elkaar. Dan kijkt hij in z’n achteruitkijkspiegel en verontschuldigt zich: “Sorry, maar ik ben een beetje pazzo (gek).”

 

Ok, fijn om te weten. Na het bloederige verhaal van daarnet begin ik nu te vermoeden dat ik in de auto zit bij een latente serial-killer.

 

Hij geeft gas en gaat op de linkerweghelft naast zijn collega rijden. We zijn nu praktisch spookrijders. “Zág je dat?!”, schreeuwt mijn chauffeur door het opengedraaide raampje naar zijn collega. “Die eikel! Het wordt met de dág gekker hier!!!” Kwaad toeterend passeert het tegenliggende verkeer aan de linkerkant op nog geen 5 cm afstand, de koplampen schijnen recht in mijn gezicht. Ik ben niet bang aangelegd, en ik heb aardig wat gezien in het Italiaanse verkeer, maar dit slaat alles. Overlééf ik dit wel?

 

De chauffeur mindert vaart, gaat weer achter zijn collega rijden, maar bedenkt dan dat hij nog iets essentieels vergeten is te zeggen. Hij schuift nogmaals de linkerweghelft op naast de andere taxi: “Als ik zo iemand zie zou ik er zo graag op in rijden, weet je dat?!!!”, schreeuwt hij naar de ander. “Zo ben je je leven toch niet meer zeker, tegenwoordig?!!!”

 

Nee, wat je zegt…

 

“Ja signorina, ik ben un po’ pazzo hoor!,” herhaalt hij nog eens in de achteruitkijkspiegel.

 

-         “Ja dat is duidelijk…., maar misschien is het een idee om dat voortaan pas te zeggen als u uw klanten veilig op de plaats van bestemming hebt afgeleverd. Dan zitten ze wat rustiger in de auto…”

 

Hij lacht. “Sorry, u hebt gelijk. Sorry, ik ben nu eenmaal een beetje gek.” Staat er zweet op zijn voorhoofd? Is hij aan het ijlen? Laat ik hem voor de zekerheid maar niet nog meer beledigen, misschien is hij wel ontsnapt uit één of andere kliniek. Scènes van ‘One flew over the cuckoo’s nest’ schieten  door mijn hoofd. Hij zou er zó in passen.

 

 

We rijden door rood de laatste stoplichten voorbij richting mijn huis en eindelijk staan we stil op een veilige plek. Hij geeft me een euro korting, trekt mijn koffer uit de auto en voor hij weer instapt bedankt hij me zes keer voor het leuke gesprek.

 

Als hij wegrijdt ramt hij bijna een passerende scooter. Er wordt agressief heen en weer getoeterd.

 

Morgen toch maar weer met de metro…

 

 

Holland Casino: een gezellig avondje uit?

D. schuift geroutineerd aan de eerste Black Jacktafel die we tegenkomen en legt mij het spel uit terwijl hij een briefje van 50 aan de croupier overhandigt, zonder deze daarbij aan te kijken. Op deze manier communiceren we nu dus toch weer, terwijl we elkaar net in het restaurant wel konden schieten. Terwijl ik me probeer te concentreren op de door D. uiteengezette spelstrategieën kijk ik de eerste vijf minuten nog enigszins angstig en ongemakkelijk om me heen, dit is tenslotte mijn Eerste Keer in een Casino! De suppoost zag het ook gelijk aan mijn neus toen ik langs de bewakingscamera stapte. “Gokken, drank en drugs, daar kan niets goeds van komen!” Ik hoor het mijn ouders zeggen. Maar Holland Casino blijkt een Sodom en Chomorra-gezelschapsspel voor de hele familie, dus ik durf zelfs een drankje te bestellen. En zo sta ik achter D. terwijl hij de eerste rondes wint. Alhoewel het me allemaal niet al teveel interesseert, voel ik even een raar soort trots dat hij aan de winnende hand is. Man van de wereld. Venit, vidit, vicit. En ik ben dus bij hem.

D. is echter minder met mij bezig dan met Jack en na tien spelletjes gevolgd te hebben verveel ik me en ga ik verderop in de zaal kijken bij een speltafel waar per fiche 100 euro wordt verspeeld. De spelers loeren allemaal koortsachtig naar de handen van de croupier. Eén van de winnende mannen aan de tafel kijkt na elk spelletje op naar mij en wil indruk maken en naast Jack nog iets anders scoren vanavond en denkt waarschijnlijk dat ik hier alleen ben.

…….En ben ik dat niet ook? Ik voel me enorm alleen! Eigenlijk loop ik al drie dagen in mijn eentje vakantie te vieren in Amsterdam met een Italiaanse stoorzender naast me. Wat doe ik in godsnaam in dit hol????

Na een tijdje loop ik terug naar D. Hij zit nog steeds te spelen, zijn gezicht staat op storm, het stapeltje fiches is gereduceerd tot het ene plastic muntje dat hij nog in zijn hand houdt.

“Wil je even zitten?”, biedt hij me zijn kruk aan. Mijn voeten doen pijn van het staan op deze hakken.

- “Nee hoor, blijf maar zitten.” Ik durf niet te gaan zitten en te spelen. “Ik ga even naar de bar, wat drinken. Wil jij ook nog iets drinken?” D. schudt nee. Zou ik zijn tafelgenoten moeten uitleggen dat dit zijn normale gezichtsuitdrukking is en dat ze niet bang hoeven te zijn dat hij ineens een pistool tevoorschijn trekt als hij blijft verliezen?

Aan de bar praat ik met de barman, en je ziet het hem denken: “Meisje, alleen gelaten door hork van een vriendje.” Hij heeft het al zo vaak gezien…

Twee jus d’oranges later en na zes bierviltjes aan elkaar te hebben georigamiet en drie keer het cocktailmenu te hebben gespeld besluit ik D. op te zoeken en hem om het garderobekaartje te vragen zodat ik mijn jas kan gaan halen en naar het hotel terug kan. Erg attent van hem dat het hem blijkbaar totaal niet interesseert of ik me ook vermaak.

  De tafel waaraan hij eerder zat is ondertussen echter in beslag genomen door een luidruchtige Brabantse familie die de vijftigste verjaardag van ‘ons mam’ is komen vieren bij Holland Casino. Zeer begrijpelijk dat D. hiervoor is gevlucht, maar waar is hij nu dan? Ik loop langs gokkasten, langs de Black Jacktafel met de fiches van 100 euro, waar de winnende man van daarstraks nu behoorlijk aangeschoten aan de tafelrand hangt. Ik loop alle verdiepingen af, struin zelfs in mijn eentje door de donkere discoruimte en hoor door alle herrie heen alleen nog het suizen van mijn eigen bloed. Ik ben er niet echt.

Uiteindelijk ben ik weer terug bij de bar en probeer D. voor de tiende keer te bellen. Steeds krijg ik van een Italiaanse stem te horen dat de telefoon van de persoon die ik bel mogelijk uit staat. Maar ik kan wel een boodschap inspreken als ik dat wil. Ja, “Vuile egoïstische hufter!! Waar zit je en waarom laat je me hier alleen?”

Ik overweeg om dan maar zonder jas door de vrieskou de wandeling naar het hotel te maken, om zo mijn eigen drama nog wat uit te vergroten. “You’re lost little girl…”, hoor ik Jim Morrison door de Casinomuziek heen. En zal ik in het hotel dan niet gelijk mijn spullen pakken en de nachttrein naar Utrecht nemen? Deze hele vakantie is al drie dagen lang een drama!

Net als ik van mijn warme kruk opsta gaat mijn telefoon af. Op het display verschijnt een Amsterdams nummer.

“Hallo?”

-“Dag mevrouw, u spreekt met de floormanager van het Holland Casino!” Een vrouwenstem. “Mevrouw is alles goed met u?” Heeft ze de camerabeelden van de bar gezien en vreest ze dat ik op het punt sta om de hand aan mezelf te slaan? Hoe medemenselijk van haar…

“Ach…”

- “Ik bel u namens uw vriend. Die zit hier naast me en voor zover ik heb begrepen uit zijn Engels is hij u kwijtgeraakt en hij maakt zich zorgen. Kunt u uw locatie doorgeven?”

Locatie? Captain, geeft u ons uw coördinaten door aub, dan zal het voltallige personeel van de luchtverkeersleiding er zorg voor dragen dat u uw kist veilig aan de grond kunt zetten!

“Ik zit aan de bar - op de eerste verdieping – rechtsachterin -  op een kruk -….”

- “Blijft u zitten waar u zit! Wij komen eraan!”

“Ja hoor, ik blijf zitten waar ik al anderhalf uur zit…”

Nog geen twee minuten later komt er een lange blonde vrouw mijn kant op, met daarachter D., die zich duidelijk opgelaten voelt. Alsof hij zijn moeder is kwijtgeraakt na een uurtje spelen in de ballenbak. Ik stel me voor hoe D. aan het handje van deze één meter negentig lange Frau Antje het hele Holland Casino heeft afgezocht om mij te vinden. Mijn avond komt toch nog goed, ik geniet van deze absurde situatie en van de gêne van D. Man van de wereld (…). Hij kwam, zag en verloor.

-“Well, I’m glad you two are back together again…”, zegt de floormanager bijna ontroerd alsof ze zojuist ons huwelijk heeft ingezegend. “Hij was in paniek omdat hij u niet meer kon vinden”, zegt ze vertederd tegen mij. Ze zal het wel raar vinden dat wij elkaar niet opgelucht in de armen zijn gevallen.

“Thank you”, mompelt D.

- “You’re welcome!”, zegt de floormanager nog steeds stralend.

D. en ik lopen zwijgend naar het hotel en liggen even later net zo zwijgend naast elkaar in het hotelbed.

“Heb je eigenlijk nog wat gewonnen?”, vraag ik om de stilte te doorbreken.

- “Neu…30 euro verloren.” Hij draait zich om.

Stilte.

-“Heb je je eigenlijk wel vermaakt?”, vraagt hij dan.

“…ja, het was wel… vermakelijk.” Ik begin bijna te lachen.

Huwelijk all'italiana

Als de pizza arriveert begint hij te vertellen: “Mijn collega van kantoor, Roberto, is er in november achtergekomen dat z’n vrouw hem bedriegt.” Fabrizio maakt met zijn hand een hoorntjesgebaar.

 - “Joh…” (“What’s new?”, zou ik eigenlijk willen zeggen. Wie is er nou trouw hier in dit land…)

“Ja…ze stond op een avond te douchen en haar mobieltje ging af, dat wil zeggen ze ontving een sms-je. Roberto had nog nooit haar sms-jes gelezen, maar nu opende hij het berichtje. Nou, het was allemaal gelijk vrij duidelijk… Toen hij vervolgens in haar tas rommelde op zoek naar meer bewijzen, vond hij een dagboek. Jullie vrouwen houden er tenslotte allemaal een bij…’s Nachts heeft hij zich opgesloten in de badkamer en is gaan zitten lezen. Het bleek allemaal al minstens anderhalf jaar gaande te zijn! En ze hebben een zoontje van 3! Dus kun je nagaan! Toen het kereltje nog geen anderhalf jaar oud was lag zij al met een ander in bed…” Fabrizio schudt zijn hoofd.

 - “Oei…” In gedachten zag ik dramatische scènes uit films voor me. De ontreddering van Meryl Streep in ‘Heartburn’, hoogzwanger en met een mislukt permanentje op de vloer van de badkamer tussen de credit card-afschriften van Jack Nicholson. Ik stelde me een gedesillusioneerde man voor. Zijn wereld die instortte, bodems die onder hem verdwenen. Al die tijd was hij verliefd geweest op zijn gezin, had hij zich veilig gevoeld. Compleet. En nu werd hij ineens gegrepen door deze onvoorstelbare nachtmerrie. Z’n mamma had hem nog zo gewaarschuwd voor deze vrouw: “Amore mio, ze is vals, luister nou naar je moeder…” Maar hij had voor zijn hart gekozen, blind van liefde, trots en verlangen. En nu flikte ze hem dit…

“Toen Roberto haar ermee confronteerde, ontkende ze alles. Ze verscheurde het dagboek voor zijn ogen. Er was niets van waar, hoe kwam hij erbij?!!! De volgende dag ging zij naar haar werk, rustig, alsof er niets gebeurd was. Hij bracht hun zoontje naar de crêche en kocht op internet een camera die tot wel 24 uur achter elkaar kon opnemen. Deze monteerde hij een paar avonden later onder de stoel van haar Fiatje, plakte het rode ‘standby-lampje’ af. Nietsvermoedend reed ze de dag erna weg met een ingeschakelde digitale camera aan boord.” De actie leverde op wat Roberto had verwacht: zijn vrouw voerde in de auto aan de telefoon hele gesprekken met haar vriendinnen over die andere man, over Roberto en de situatie thuis. En natuurlijk belde de ‘amante’ zelf ook een paar keer. Alles was luid en duidelijk te horen voor het oor van de camera. Het loog er niet om. “En na een paar weken zette hij de camera bovenop de keukenkastjes, uit het zicht, en luisterde zo haar bezigheden af op de dagen dat hij naar zijn werk was. Bleek ze aan de telefoon gewoon over die andere man te praten, terwijl hun zoontje achter haar rug naar tekenfilms op tv aan het kijken was….Leuke moeder, daar laat je je zoontje dan mee achter…”

  - “Jemig…en had hij al die tijd daarvoor nooit iets gemerkt? Ging hij niet helemaal door het lint van woede? Bleef hij al die dagen gewoon thuis slapen en deed hij zelf ook alsof er niets aan de hand was dan? Hij zal toch er toch wel kapot van zijn geweest…of niet?”

“Ja, dat wel. Maar aan de andere kant….hij had ook regelmatig ‘vriendinnen’. Dan was ik zijn dekmantel, zeg maar. Gingen we zogenaamd samen uit, maar dan was hij gewoon bij een andere vrouw… Maar hij was tenminste wel discreet!!!”

- “Ah….lekker huwelijk…” Roberto had het gewicht van zijn zoontje aan boter op zijn hoofd. De bedrieger bedrogen…Wat hier was aangetast was dus niet zijn vertrouwen, zijn ‘famiglia’, maar zijn eer en trots als man. Vier jaar samen getrouwd, samen vijf jaar ontrouw aan elkaar. “Wil hij scheiden?”

“Nee tuurlijk niet. Dat is veel te riskant joh! Als hij weggaat of wil scheiden, dan mag zij het huis houden, omdat ze een kind hebben. Zo werkt dat in Italië. Dus dan zou hij er alleen maar op achteruit gaan.” Fabrizio neemt nog een hap van zijn ‘Capricciosa’ en ziet dus niet dat ik mijn wenkbrauwen totaan mijn haargrens heb opgetrokken van verbazing.

- “Wordt het er thuis béter op zo, wou je zeggen? Ieder zijn eigen vleugel van het appartement zeker…Lastig, want het zal vast niet zo groot zijn als Paleis Soestdijk…”

“Als wát?”

- “Never mind…Lekker verstikkend vooruitzicht. Voor dat zoontje ook. Twee ouders die vechten, liegen en bedriegen. Ongelukkig totaan hun kist. Stabiele, veilige jeugd… De mythe van de Italiaanse familie…”

“Italië heeft wel het laagste scheidingspercentage van Europa…" Fabrizio snapt duidelijk niet hoe belachelijk dit klinkt nu. "Hier probeer je het gewoon nog een tweede keer…Je gaat niet zomaar uit elkaar… En de huizen zijn duur, de huren hoog, salarissen laag…Vrouwen met kinderen krijgen alles wat ze eisen. Scheiden wordt je ondergang…”

...Op de achtergrond op de televisie worden beelden getoond van een dorpje ergens in de buurt van Napels. Twee ambulancemedewerkers dragen een brancard een flatgebouw uit. De persoon die erop ligt is gewikkeld in wit plastic…dood. “…deze verschrikkelijke tragedie die midden op de dag plaatsvond schokt de hele buurt, die de man omschrijft als rustig en voorkomend”, hoor je de stem van de verslaggever de beelden toelichten. “Gewoon een normale buurman, zeggen de omwonenden… Het motief voor de moord op de vrouw wordt vooralsnog gezocht in de amoureuze sfeer. De man had al weken terug tegenover zijn broer vermoedens geuit over een verhouding die zijn vrouw zou hebben met een jeugdvriend van haar uit het dorp. Volgens de eerste aanwijzingen zou de man gegrepen zijn door ‘un raptus’ (vlaag van verstandsverbijstering…) Hun dochtertje van 7, getuige van de moord, is zolang bij familie van de vrouw ondergebracht…”

Calliope

Muze: De als godin aangeroepen kracht van het geheugen die dichters en zangers inspireert. De vele gebieden waarop haar inspirerende kracht tot uiting kwam leidden tot een splitsing in een groter aantal Muzen, gewoonlijk negen.

Clio (Roemende) - geschiedenis
Euterpe (Verblijdende) - lyrische poëzie
Thalia (Bloeiende) - blijspel
Melpomene (Zingende)- treurspel
Terpsichore (Danslustige) - dans
Erato (Lieflijke) - minnedicht
Polyhymnia (Hymnerijke) - hymne
Urania (Hemelse) - sterrenkunde
Calliope (Schoonstemmige) - epische poëzie


.......


De enige manier om er nog wat aan te hebben, aan die rare dingen die ik meemaak, is door ze op te schrijven. Een manier om er iets aan over te houden. Aan die aaneenschakeling van korte momentjes. Niet eens een aaneenschakeling. Een samenraapsel. Mijn momenten. Door mij gezocht, gevonden, gecreëerd, vastgehouden, in mijn woorden.

 

Calliope @t rome

....in medias res...